Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur aftrek van de giften terecht heeft geweigerd. Uit het FIOD-onderzoek blijkt namelijk dat op grote schaal valse giftkwitanties van Stichting Q werden verhandeld voor een percentage van veelal 10 - 12% van de op de kwitanties vermelde bedragen.

X schenkt in 2012 en 2013 contant € 5000 aan Stichting Q en trekt deze met succes af in zijn IB-aangiften over die jaren. Bij een onderzoek constateert de Belastingdienst echter dat Q in 2013 officieel slechts € 88.564 aan donaties krijgt, terwijl derden € 3,4 mln aan giftenaftrek voor haar claimen. In mei 2016 is van het onderzoek een rapport opgemaakt, wat heeft uitgemond in een strafrechtelijk onderzoek. In geschil zijn de navorderingsaanslagen, alsmede de 75% vergrijpboetes. Volgens de inspecteur heeft de penningmeester van Q op grote schaal valse kwitanties verkocht en moet X dus met aanvullend bewijs van de schenkingen komen.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur aftrek van de giften terecht heeft geweigerd. Uit het FIOD-onderzoek blijkt namelijk dat op grote schaal valse giftkwitanties van Q werden verhandeld voor een percentage van veelal 10 - 12% van de op de kwitanties vermelde bedragen. Deze kwitanties kunnen niet zonder meer dienen als bewijs voor de door X gestelde giften. Daarvoor is nader bewijs nodig. De overgelegde bankafschriften en de daarop vermelde geldopnames vormen geen nader bewijs omdat met een geldopname niet vaststaat dat de opgenomen gelden ook daadwerkelijk aan Q ten goede zijn gekomen. Nu X geen nader schriftelijk bewijs heeft overgelegd waaruit volgt dat giften ten goede zijn gekomen aan Q, is het niet aannemelijk dat X giften aan Q heeft gedaan. Ten aanzien van de boeten stelt het hof vast dat een boete van 75% passend en geboden is bij het gebruik maken van valse giftkwitanties om aftrekbare giften op te voeren. X heeft zich namelijk schuldig gemaakt aan het willens en wetens doen van onjuiste aangiften, als gevolg waarvan de aanslagen tot een te laag bedrag zijn vastgesteld. In verband met overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure, matigt het hof de boeten nog wel met 10%.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67e

Wet inkomstenbelasting 2001 6.32

Instantie: Hof Den Haag

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 21 mei

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

  883
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen