Als een minderjarig (klein)kind termijnen uit een Pre Brede Herwaarderingslijfrente ontvangt, zijn die uitkeringen niet belast bij het kind zelf. De termijnen worden toegerekend aan de ouder met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting.

Het gaat om uitkeringen uit een Pre Brede Herwaarderingslijfrente waarbij een minderjarig (klein)kind als begunstigde is aangewezen. Op grond van het overgangsrecht blijven voor dergelijke lijfrenten de regels van de Wet IB 1964 van toepassing. 

De lijfrentetermijnen worden aangemerkt als belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen in box 1. Op grond van art. 25 Wet IB 1964 (tekst 1991) behoren termijnen van lijfrenten tot de inkomsten uit vermogen. Inkomsten uit vermogen van minderjarige kinderen worden volgens art. 5 lid 11 Wet IB 1964 (tekst 1991) toegerekend aan de ouder die het gezag uitoefent. Dit is de ouder met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen. 

Daarnaast bevestigt de kennisgroep dat over de uitkeringen loonbelasting moet worden ingehouden op grond van art. 34 Wet LB 1964 jo. art. 11 UBLB 1965.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100

Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 artikel I

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 34

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 11

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 1 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen