Bij een schenking vrij van recht wordt de verschuldigde schenkbelasting bij de schenker in aanmerking genomen als box 3-schuld wanneer op de peildatum nog geen aanslag is opgelegd. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep Inkomstenbelasting niet-winst.

Bij een schenking vrij van recht, waarvoor op de box 3-peildatum nog geen aanslag is opgelegd, geeft de begiftigde de corresponderende vordering aan als overige bezitting in box 3. Op basis van goedkeurend beleid mag de verschuldigde schenkbelasting in mindering gebracht worden op de banktegoeden van de begiftigde. Hiervoor is wel vereist dat de aangifte schenkbelasting uiterlijk acht weken voor het eind van het kalenderjaar is ingediend. Ook dient de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag schenkbelasting zodanig laat op te leggen dat de belastingplichtige redelijkerwijs niet in staat is de schenkbelasting te betalen voor de box 3-peildatum. Tot slot moeten op de peildatum voldoende banktegoeden aanwezig te zijn.

Zonder het goedkeurend beleid kan de belastingplichtige nadelige gevolgen ondervinden van de regel dat schenkbelastingschulden niet meegenomen mogen worden in box 3 (art. 5.3 lid 3 onderdeel c Wet IB 2001).

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 5.3

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 31 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

678

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen