Hof Amsterdam oordeelt dat de redelijke termijn niet verlengd wordt met de periode waarin tussen X en de rechtbank is gecorrespondeerd over de betaling van het griffierecht.

X komt in hoger beroep tegen een beslissing van Rechtbank Noord-Holland in een WOZ-zaak. De heffingsambtenaar stelt ook hoger beroep in.

Hof Amsterdam oordeelt dat de redelijke termijn niet verlengd wordt met de periode waarin tussen X en de rechtbank is gecorrespondeerd over de betaling van het griffierecht. Ondanks dat er langere tijd is gecorrespondeerd tussen X en de rechtbank over het griffierecht en betaling daarvan langere tijd uitbleef, heeft de rechtbank wel uitspraak gedaan binnen 1,5 jaar nadat beroep was ingesteld. Het hof vindt in de omstandigheid dat het langere tijd heeft geduurd voordat het bij de rechtbank verschuldigde griffierecht werd voldaan, evenwel geen aanleiding om de redelijke termijn te verlengen. Daarom is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht heeft kunnen oordelen dat X recht heeft op een ISV. Bij de vaststelling van de ISV maar ook bij de proceskostenvergoeding is de rechtbank ten onrechte niet uitgegaan van samenhang. In zoverre is het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond. Het hoger beroep van X is ongegrond, de WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 17 maart

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen