Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat, als geen voorafgaande inzage heeft plaatsgevonden en de belanghebbende dit niet tijdens de hoorzitting aankaart, moet worden aangenomen dat hij de informatie niet langer nodig heeft. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

X is het niet eens met een WOZ-beschikking en aanslagen OZB en rioolheffing voor een garage/autoshowroom in de gemeente Meijerijstad.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2023/54.1.8) oordeelt dat, als geen voorafgaande inzage heeft plaatsgevonden en belanghebbende dit niet tijdens de hoorzitting aankaart, moet worden aangenomen dat hij die informatie niet langer nodig heeft. Als een belanghebbende, zeker als hij wordt vertegenwoordigd door een professionele gemachtigde, tijdens de hoorzitting niet opnieuw aanvoert dat hij door het achterwege laten van de ter inzagelegging informatie mist, mag worden aangenomen dat hij die stukken kennelijk niet (meer) nodig heeft. Het laten passeren van de mogelijkheid in de bezwaarfase informatie te vergaren, moet dan voor rekening van belanghebbende blijven. Uit het verslag van de (telefonische) hoorzitting volgt niet dat X zijn klacht over schending van het inzagerecht naar voren heeft gebracht. Het hof gaat daarom met toepassing van art. 6:22 Awb aan de schending van de inzageplicht voorbij. Verder oordeelt het hof dat de opbrengstlimiet niet is overschreden, de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en de uitspraak op bezwaar afdoende is gemotiveerd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 april

Informatiesoort: VN Vandaag

338

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen