Het wrakingsverzoek van X is gegrond op de wijze waarop de rechter ter zitting de zaak heeft behandeld, zich daarbij jegens X heeft geuit en de regie van de zitting heeft gevoerd. De wrakingskamer van Rechtbank Rotterdam wijst het verzoek af.

X stelt beroep in tegen een beslissing van de heffingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling. Tijdens de zitting wraakt X de behandelend rechter.

De wrakingskamer van Rechtbank Rotterdam wijst het wrakingsverzoek van X af. De behandelend rechter besloot in eerste instantie een brief van X tardief te verklaren omdat die één dag voor de zitting was ingediend. De zaak is echter gaan kantelen, toen bleek dat bij deze brief van X een eerdere brief van de heffingsambtenaar was bijgevoegd waarin de invorderingskosten werden afgeboekt. Het kantelen van die beslissing gaande de behandeling van de zaak, kan misschien voor onduidelijkheid hebben gezorgd bij X, maar vormt geen aanwijzing voor partijdigheid. De mededeling van de rechter dat X geen belang meer had bij zijn beroep en dat hij kon kiezen tussen het intrekken van zijn beroep of het doen van een dienovereenkomstige uitspraak, is een rechterlijk oordeel. Dat een verdere behandeling niet meer zou leiden tot een inhoudelijke behandeling van de aanvullende gronden van het beroep is eveneens een rechterlijk oordeel en de wrakingskamer beoordeelt niet of de rechter een juiste beslissing heeft genomen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:15

Instantie: Rechtbank Rotterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

385

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen