Belanghebbende, X, voldoet in 2008 aan de voorwaarden voor de alleenstaande-ouderkorting. Zij geniet deze korting lopende het jaar in de vorm van een voorlopige teruggaaf in 12 termijnen. In de aangifte verzuimt X deze heffingskorting te claimen. De inspecteur legt de voorlopige aanslag op conform de aangifte van X. Na bezwaar verleent de inspecteur alsnog de heffingskorting. In geschil is of X in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding voor de kosten van de bezwaarfase. Rechtbank Leeuwarden beantwoordt deze vraag bevestigend. Hof Leeuwarden oordeelt anders dan de rechtbank dat de inspecteur geen onrechtmatigheid kan worden verweten aangezien hij de aangifte heeft opgelegd conform de aangifte van X. Niet gezegd kan worden dat de inspecteur door de aangifte als uitgangspunt te nemen bij het opleggen van de voorlopige aanslag en daardoor af te wijken van de voorlopige teruggaaf geen zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de inspecteur onweersproken heeft gesteld dat een belastingplichtige bij het indienen van zijn of haar aangifte achteraf kan constateren dat hij/zij (toch) niet voldoet aan de voorwaarden van de heffingskorting en daarom het verzoek om de heffingskorting in de aangifte achterwege laat. Gesteld noch gebleken is dat de inspecteur bij het opleggen van de voorlopige aanslag al beschikte over gegevens waaruit bleek dat X recht had op de alleenstaande-ouderkorting. Op grond van het voorgaande heeft de rechtbank de inspecteur ten onrechte veroordeeld in de proceskosten. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.