De Kennisgroep onroerende zaken heeft het standpunt KG:051:2024:12, V-N 2024/44.7, over de toerekening van de schuld ter betaling van de financieringskosten, aangevuld omdat het besluit van de Minister van Financiën van 26 augustus 2010, nr. DGB2010/3057M, V-N 2010/43.10 is vervallen. Daarnaast is het voorbeeld dat is opgenomen onder de conclusie verduidelijkt.
Verder is een aantal andere standpunten van de kennisgroep geactualiseerd waarbij als gevolg van de Fiscale verzamelwet 2026 de verwijzingen naar art. 3.111 Wet IB 2001 zijn aangepast. Het gaat om de volgende standpunten:
-
KG:051:2023:18, V-N 2023/57.21.3, over fiscale partners die niet duurzaam gescheiden leven en twee woningen als hoofdverblijf hebben;
-
KG:051:2023:19, V-N 2023/58.24.1, over de uitzendregeling en twee hoofdverblijven bij fiscale partners;
-
KG:051:2025:7, V-N 2025/38.3, over duurzaam gescheiden levende echtgenoten die na de tweejaarstermijn van de echtscheidingsregeling ieder een andere woning als hoofdverblijf hebben.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119A
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 27 mei
Informatiesoort: VN Vandaag