De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking van de rechters Boerlage, Van der Voort Maarschalk en Van Roij zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk. Het verzoek voldoet namelijk niet aan de eis dat het moet worden gemotiveerd.

X heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 25/03965. Op 12 maart 2026 wordt aan hem meegedeeld dat op 20 maart 2026 uitspraak zal worden gedaan. X verzoekt vervolgens om wraking van de rechters Boerlage, Van der Voort Maarschalk en Van Roij. Hij klaagt er daarbij onder andere over dat hem een rechtsgang is ontnomen.

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking van de rechters Boerlage, Van der Voort Maarschalk en Van Roij zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk. X heeft namelijk geen feiten of omstandigheden aangevoerd die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het moet worden gemotiveerd.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.15

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.16

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.18

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 27 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Gerelateerde artikelen