Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X VOF de handelsinkoopwaarde van de auto niet aannemelijk maakt. De rechtbank bevestigt daarom de naheffingsaanslag BPM die is gebaseerd op een hogere handelsinkoopwaarde dan in het taxatierapport is vermeld.

X VOF doet aangifte BPM voor een BMW 7-serie en past de taxatiemethode toe. Zij gaat daarbij uit van een CO2-uitstoot van 266 gr/km en een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 10.500. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op en gebruikt daarvoor een CO2-uitstoot van 317 gr/km zoals de RDW aanvankelijk vaststelt. In bezwaar erkent de inspecteur de lagere CO2-uitstoot maar handhaaft hij de aanslag met interne compensatie. Het taxatierapport bevat verwijzingen naar schade van € 10.175 en een vermindering van € 7.000. De inspecteur betwist zowel de referentiewaarden als de schadeposten. In geschil is of X VOF met de taxatiemethode een lagere handelsinkoopwaarde in beschadigde staat aannemelijk maakt die tot verlaging van de BPM leidt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X VOF de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat niet aannemelijk maakt omdat de gebruikte referentieauto’s een aanzienlijk hogere kilometerstand hebben en de toegepaste waardevermindering van 25 procent niet is onderbouwd. De rechtbank oordeelt verder dat de gestelde schade onvoldoende is aangetoond, onder meer omdat de facturen geen verband tonen met de waardetoestand op de keuringsdatum. Hierdoor blijft de handelsinkoopwaarde hoger dan waarvoor X VOF uitgaat en blijft de naheffingsaanslag BPM in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 27 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen