Het standpunt ziet op de volgende casus. X is inwoner van Nederland en werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever, waar hij tevens een Nederlands pensioen opbouwt. X wordt tijdens dit dienstverband voor vijf jaar uitgezonden naar het buitenland. Gedurende de uitzending blijft X deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. De werkgeversbijdragen aan deze Nederlandse pensioenregeling zijn tijdens de uitzending in het buitenland onderworpen geweest aan een belasting naar het inkomen en niet in aftrek gekomen op het brutoloon. In het buitenland was het inkomen van de belastingplichtige onderworpen aan een vlaktarief dat aanzienlijk lager was dan het marginale tarief dat in Nederland op het inkomen van de werknemer van toepassing zou zijn geweest.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Internationale sociale zekerheid
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 27 mei
Informatiesoort: VN Vandaag