X is inwoner van Thailand en geniet een AOW-uitkering. Hij doet voor het jaar 2023 IB-aangifte als buitenlands belastingplichtige. X stelt dat zijn AOW-uitkering op grond van het Belastingverdrag Nederland-Thailand van IB moet worden vrijgesteld.
Hof Den Bosch oordeelt dat het Belastingverdrag Nederland-Thailand de Nederlandse heffingsbevoegdheid over de AOW-uitkering van X, een inwoner van Thailand, niet beperkt. Het hof verwerpt vervolgens het beroep van X op art. 23 Belastingverdrag Nederland-Thailand. Dit artikel bevat namelijk geen regels over de toewijzing van heffingsbevoegdheden over bestanddelen van het inkomen, maar bepaalt de door de woonstaat toe te passen voorkoming van dubbele belasting. Verder merkt het hof nog op dat partijen er terecht van uitgaan dat de AOW, een socialezekerheidspensioen, niet valt onder het begrip 'pensioenen' in art. 18 of 19 Belastingverdrag Nederland-Thailand. De inspecteur heeft de AOW-uitkering dan ook terecht tot het belastbaar inkomen uit werk en woning van X in Nederland gerekend.
Wetingang:
OESO-modelverdrag 1992 artikel 21
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.1
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.2
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht
Editie: 19 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag