X heeft sinds 1 juli 2020 een eenmanszaak naast zijn dienstbetrekking. In zijn IB-aangiften 2020 en 2021 claimt X de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek, bij een omzet van nihil. Verder voert hij in box 3 een schuld op aan zijn broer van € 70.000 en neemt hij € 5000 op aan scholingsuitgaven en € 1181 aan zorgkosten. De inspecteur corrigeert deze posten.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat er met betrekking tot de door hem ontplooide activiteiten sprake is van een bron van inkomen. De inspecteur heeft dan ook terecht de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek gecorrigeerd. De rechtbank merkt daarbij op dat, voordat deze aftrekposten geëffectueerd kunnen worden, X voor de Wet IB 2001 als ondernemer moet worden aangemerkt en dat moet zijn voldaan aan het urencriterium. Over de box 3-schuld die X claimt te hebben, merkt de rechtbank op dat deze niet van belang is, omdat X in 2020 en 2021 geen positief inkomen in box 3 heeft. Ook heeft X geen recht op aftrek van scholingsuitgaven of zorgkosten. De scholingsuitgaven zien namelijk op kosten die hij heeft gemaakt voor het opstarten van de activiteiten van zijn bedrijf. Deze kosten hebben geen enkel aanknopingspunt met scholingsuitgaven. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.1
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.27
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 19 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag