Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de Belastingdienst terecht een boete aan X heeft opgelegd voor het feitelijk leidinggeven aan een BV die opzettelijk onjuiste aangifte doet en niet geheel omzetbelasting heeft voldaan.

X neemt in januari 2021 Y BV over en leent geld om een deel van de omzetbelasting en boetes te betalen. X is het niet eens met een vergrijpboete van € 15.000. X stelt dat hij dubbel wordt geraakt in zijn vermogen omdat aan Y BV ook al een vergrijpboete is opgelegd. In geschil is of aan X terecht over de jaren 2016 en 2017 een vergrijpboete is opgelegd. 

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de Belastingdienst terecht een boete aan X heeft opgelegd voor het feitelijk leidinggeven aan een BV die opzettelijk onjuiste aangifte doet en niet geheel omzetbelasting heeft voldaan. X neemt maandelijks het initiatief om minder BTW af te dragen dan uit de boekhouding volgt. Aan het einde van het jaar maakte hij een administratieve boeking om de administratie weer aan te laten sluiten. X heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn wijze van handelen kon leiden tot niet volledige voldoening van omzetbelasting. Omdat X aan de verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven mag de inspecteur een boete opleggen aan X. De inspecteur schendt het gelijkheidsbeginsel niet door alleen X en niet de accountant en de voormalig statutair bestuurder van de BV te beboeten. Het beroep is ongegrond. 

Lees ook het thema Verzuim- en vergrijpboetes: Een kwestie van verschil.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 29 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

671

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen