X stelt beroep in tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Venlo. X verzoekt de griffier van Rechtbank Roermond om uitstel van de zitting van 28 september 2012 omdat hij dan in het buitenland verblijft. Als de rechtbank het uitstelverzoek afwijst, besluit X de rechter te wraken. De rechter wijst erop dat X in zijn planning rekening had moeten houden met de zitting die al drie maanden bij hem bekend was. X heeft al meermalen uitstel gekregen, aldus de rechter.De wrakingskamer van Rechtbank Roermond oordeelt dat de beslissing van de rechter om het uitstelverzoek van X niet te honoreren geen grond voor wraking is. De wrakingskamer overweegt dat – gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen – een procesrechtelijke beslissing als de onderhavige in beginsel geen feit of omstandigheid oplevert die de rechterlijke onpartijdigheid raakt als bedoeld in art. 8:15 Awb. Dit is alleen anders wanneer een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens X een vooringenomenheid koestert of dat de bij X dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Hiervan is geen sprake. Er is geen sprake van grove schending van hoor en wederhoor en art. 1 van de Grondwet zoals X betoogt. Het verzoek van X is ongegrond.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.