Rechtbank Den Haag oordeelt dat X bv de bestelauto’s ter beschikking stelt aan haar werknemers ondanks dat de auto’s bij de zuster-bv op de balans staan. Op overtreding van het privégebruikverbod staat geen sanctie en er wordt ook niet gecontroleerd.

Belanghebbende, X bv, fungeert als uitzendbureau voor haar zuster Y bv, die elektriciteits- en telecommunicatiekabels aanlegt. De werknemers rijden in bestelauto’s met achterbank die van Y bv zijn. Hoewel X bv privégebruik officieel verbiedt, worden de auto’s in weekenden onder meer gesignaleerd bij een grensovergang en op de parkeerplaats bij een evenement. Daarnaast worden verkeersboetes zelden op de werknemers verhaald en vertonen de km-administraties essentiële gebreken. In 2014 past X bv ten onrechte de ‘regeling doorlopend afwisselend gebruik’ toe (zie art. 31 lid 1-d Wet LB 1964). In geschil zijn de LB- en btw-naheffingsaanslagen over 2011 tot en met 2014, alsmede de 25% vergrijpboetes.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X bv de auto’s ter beschikking stelt aan haar werknemers ondanks dat de auto’s bij Y bv op de balans staan. Niet relevant is op grond van welke juridische titel X bv zelf over de auto’s kan beschikken. De LB-naheffing is terecht, want op overtreding van het privégebruikverbod staat geen sanctie en de signaleringen van het privégebruik zijn niet gebaseerd op Automatic Numberplate Recognition (ANPR), zie HR 24 februari 2017, V-N 2017/12.3, TaxVisions editie 3 maart 2017. De btw-correcties wegens privégebruik zijn terecht gebaseerd op 2,7% van de catalogusprijs. Het maakt niet uit dat X bv de auto’s niet zelf heeft aangeschaft. De verkeersboetes had X bv op de werknemers moeten verhalen bij gebreke van bijzondere omstandigheden. Zo kan X bv niet worden verweten de boetesituaties te hebben bevorderd (zie HR 13 juni 2008, nr. C06/232HR, NJ 2009,302). De vergrijpboetes zijn ook terecht omdat X bv in 2010 bij een boekenonderzoek is gemaand haar loonadministratie te verbeteren. Het beroep van X bv is gegrond met betrekking tot de btw-naheffingsaanslag over 2011. Volgens de inspecteur moet namelijk gelet op wets- en beleidswijzigingen (zie Besluit 20 december 2011, nr. BLKB2011/2560M, V-N 2012/6.14) de correctie privégebruik worden beperkt tot het tweede halfjaar. De boete die is opgelegd bij de btw-naheffingsaanslag over 2014 wordt vernietigd, aangezien de inspecteur de boete bij de LB-naheffingsaanslag over 2014 heeft verminderd tot nihil omdat X bv geen grove schuld verweten kan worden. De resterende boetes worden gematigd met 5% vanwege het overschrijden van de redelijke termijn. De beroepen van X bv zijn deels gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f

Wet op de omzetbelasting 1968 8

Wet op de omzetbelasting 1968 4

Wet op de loonbelasting 1964 31

Wet op de loonbelasting 1964 13bis

Wet op de loonbelasting 1964 10

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting, Bronbelasting, Loonbelasting

Editie: 18 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

  1237
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen