Tijdens de Ecofinraad van 5 mei 2026 wordt van gedachten gewisseld over de economische gevolgen van EU-wetgeving. Het kabinet zet in op stevige vermindering van regeldruk, zonder de daarmee verband houdende beleidsdoelstellingen te ondermijnen.
Tussen de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement is een akkoord bereikt over het nieuwe Douanewetboek van de Unie (hierna: nDWU). De Staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.
Hof Den Bosch oordeelt dat X niet de afnemer van de prestaties is en geen recht heeft op aftrek van de door de leveranciers in rekening gebrachte BTW. X is daarentegen wel BTW verschuldigd, omdat de facturen wel zijn gebaseerd op de veronderstelling dat X de afnemer is en de prestaties heeft doorbelast aan gemeente Y.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de goedkeuringen voor ondernemersverenigingen en BIZ-stichtingen uit het BUA niet van toepassing zijn op Stichting X, omdat zij niet uitsluitend de belangen van BTW-ondernemers behartigt.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de villatax niet in strijd is met het EVRM. Volgens de rechtbank is de wetgever namelijk gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid.
De BTW-verleggingsregeling is van toepassing op de werkzaamheden van een loonwerker. De werkzaamheden kwalificeren als diensten met betrekking tot een onroerende zaak. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep omzetbelasting.
Advocaat-generaal Brkan concludeert dat de Belgische fiscus de BTW-aftrek met betrekking tot het bedrijfsgebouw van A&P Deco terecht herziet. Dat het gebouw na de overdracht BTW-vrij door A&P Deco wordt verhuurd aan de overnemer is niet van belang.
Brussel wil fusies binnen de EU eerder goedkeuren als ze de Europese markt verder vooruithelpen. Dat meldt de Financial Times op basis van richtlijnen voor fusies die de Europese Commissie binnenkort mogelijk gaat herzien.
Het Gerecht oordeelt dat, voor de bepaling of sprake is van ‘rooktabak’ in de zin van art. 5 lid 1 onderdeel a Tabaksaccijnsrichtlijn, de posten van de GN en de GN-toelichtingen niet van belang zijn.
Het Gerecht oordeelt dat toepassing van de gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten in het kader van de regeling passieve veredeling in strijd met het EU-recht is. De goederen zijn namelijk aangegeven bij een Nederlands kantoor van plaatsing.