Op vrijdag 6 februari 2026 vindt op een zeer bijzondere locatie, te weten het stoomschip SS Rotterdam, voor de elfde keer de uitreiking plaats van de prestigieuze Stevensprijs. In deze competitie bepaalt een jury elk jaar welke jonge auteur als beste complexe fiscale materie helder voor het voetlicht weet te brengen. De genomineerden voor 2025 zijn Fleur den Ouden, Romano Graves en Lex van Heijningen. Voordat de winnaar wordt aangewezen stellen zij zich alle drie voor op TaxLive.
Hieronder volgt een kort vraaggesprek met Lex. Ook Fleur den Ouden en Romano Graves hebben zich voorgesteld.
Lex van Heijningen (1994) is werkzaam bij het Tax Knowledge Center van KPMG Meijburg & Co en is daarnaast als docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij houdt zich voornamelijk bezig met vraagstukken rondom de belastingheffing van internationaal opererende ondernemingen, met een bijzondere focus op de vennootschapsbelasting, dividendbelasting, bronbelasting, het Europese belastingrecht en de toepassing van belastingverdragen.
Aan de Universiteit van Amsterdam verzorgt hij met name onderwijs op het gebied van de vennootschapsbelasting.
Wat dacht je toen je werd verteld dat je genomineerd bent voor de Stevensprijs?
"Ah … de onvermijdelijke sportvraag der sportvragen. Dat was leuk om te horen natuurlijk, en een beetje trots was ik ook wel, maar daarna wel weer over tot de orde van de dag."
Wat zie jij als het ultieme dat jij zou kunnen bereiken met hetgeen jij doet in je professionele leven
"Oef … dat is een vrij lastige vraag voor iemand die vrij weinig aan carrièreplanning doet en nog minder denkt in superlatieven. Maar laat ik een poging wagen. Ik zou de vraag langs twee lijnen beantwoorden:
een ‘persoonlijk-professionele lijn’ en een ‘inhoudelijk-professionele lijn’.
Voor wat betreft de persoonlijk-professionele kant denk ik dat het belangrijk is dat je er een beetje ‘lol’ in moet hebben. Dan gaat het zowel om met wie je werkt als om de inhoud. Dat wil overigens niet zeggen dat je je werk als hobby moet beschouwen – want (ook) ik doe dat zeker niet – maar ik heb er wel lol in. Het wil ook niet zeggen dat het alleen maar leuk en hosanna in de gloria moet zijn, want alle beroepen – zeker ook de fiscale – kennen minder leuke kanten, maar dat hoort er nou eenmaal bij.
Voor wat betreft de inhoudelijk-professionele kant denk ik dat je ernaar moet streven dat mensen je serieus nemen vanwege je kennis en kwaliteiten. Dat houdt zeker niet in dat iedereen het altijd met je eens moet zijn, of dat je altijd gelijk moet hebben of halen – integendeel juist, tegenspraak is goed en soms je ongelijk toegeven hoort er ook bij –, maar wel dat je serieus wordt genomen. Jezelf te serieus nemen is overigens wel gevaarlijk, niet in de laatste plaats omdat je daar geen prettiger persoon van wordt."
Als jij de prijs wint, dan is dat dankzij…..
"... de tijd en de vrijheid die ik krijg om te schrijven. Dat lijdt voor mij geen twijfel.
De rol van een goede tegenlezer moet ook niet worden onderschat, bij mij zijn dat eigenlijk altijd Fred van Horzen, Michael van Gijlswijk of Otto Marres. Ik zeg altijd dat het schrijven je/mij helpt bij het denken. En aan het begin van het schrijfproces is het nog grotendeels een denkproces. Ik denk dat men het hier moeilijk mee oneens kan zijn; het is in feite het ordenen van je gedachten. Vervelend voor de schrijver is echter dat een lezer niet leest zoals de schrijver denkt en een schrijver niet denkt zoals de lezer leest; als je nog snapt wat ik bedoel. Onder aan de streep komt het erop neer dat een tekst die mij heeft geholpen bij het denken, voor de lezer niet altijd even logisch is. Natuurlijk kun je dat zelf voor een groot deel corrigeren wanneer het denkproces is voltooid en daarmee het echte schrijfproces begint, maar dat lukt vaak niet helemaal. De rol van een tegenlezer is daarin cruciaal.
Een tegenlezer kijkt daarnaast natuurlijk ook naar de inhoud van het stuk, maar dan gaat het erom – bij mij althans – of ik geen cruciale punten over het hoofd heb gezien en of mijn betoog evenwichtig is in termen van argumenten voor en tegen. Eenzijdige betogen hebben – denk ik – nu eenmaal minder overtuigingskracht dan meerzijdige betogen. Belangrijk is wel dat de uiteindelijke inhoud van mij is. Een tegenlezer kan het daarmee oneens zijn – en dat gebeurt weleens –, maar dan moet dat logischerwijze komen doordat hij of zij bij het wegen van de argumenten een andere keuze maakt of een andere lezing heeft van een bepaald arrest of passage uit de wetsgeschiedenis."
---------------------
De Stevensprijs
Deze prijs wordt elk jaar uitgereikt door Wolters Kluwer aan een jonge auteur die complexe fiscale materie op eenvoudige wijze weet te verwoorden. Naast de eer ontvangt de winnaar een bedrag van € 2.000,- en een kunstwerk. De winnaars van voorgaande jaren zijn Jeroen Goudsmit (2024), Tirza Cramwinckel (2023), Ilona van den Eijnde (2022), Loes van Hulten (2021), Arthur van der Linden (2020), Martijn Schippers (2019), Simon Cornielje (2018), Coen Maas (2017), Isabella de Groot (2016) en Madeleine Merkx (2015).
Bijwonen prijsuitreiking
De uitreiking vindt plaats op vrijdag 6 februari a.s. Verzeker je alvast van een plek voor deze inspirerende middag. Deelname is gratis toegankelijk voor een ieder die werkzaam is in de fiscaliteit. Mis het niet en meld je nu aan!
Bron: Redactie TaxLive
Informatiesoort: Nieuws, Interviews
Rubriek: Belastingrecht algemeen