Niet ingrijpen is ook een mogelijkheid als de overheid over staatssteun nadenkt voor grote bedrijven in de problemen. Dat staat in een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer. De instantie maakte een overzicht van lessen uit eerdere overheidssteun, gebaseerd op eigen en parlementaire onderzoeken en enquêtes vanaf de jaren zeventig tot de kredietcrisis in 2008. Dat moet het kabinet historisch perspectief bieden bij besluiten over coronasteun.

Het kan zijn dat niet ingrijpen vanuit het perspectief van het publiek belang de minst slechte oplossing is, aldus de Rekenkamer. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als aan de nodige eisen voor overheidssteun zoals een goed en samenhangend reddingsplan niet wordt voldaan. Daarnaast is soms geen overheidssteun nodig maar kan de onderneming geholpen worden door specifieke regelingen voor de sector.

Een terugblik naar de afgelopen decennia toont dat het alternatief van niet ingrijpen lang niet altijd serieus overwogen is, aldus de Rekenkamer. Zo'n conclusie trekt bijvoorbeeld een parlementaire enquêtecommissie uit 2014.

De Algemene Rekenkamer dringt er daarom bij de overheid op aan ook bij de coronacrisis te blijven relativeren. "Vaak wordt gezegd dat de situatie uitzonderlijk en uniek is en dat de tijd dringt", schrijven de onderzoekers. Zij vinden dat het vrijwel altijd meevalt hoe uitzonderlijk een situatie ook wordt beschreven. Als voorbeelden van bizarre situaties uit het verleden halen ze de oliecrisis van 1973 aan, toen er door tekort aan benzine geen auto's meer mochten rijden op zondag, of de stilgevallen luchthavens door de Golfoorlog van 1991.

De Kamerbrief van de Algemene Rekenkamer heet Steun aan grote ondernemingen – leren van het verleden.

Bron: Algemene Rekenkamer

Rubriek: Ondernemingsrecht, Fiscaal ondernemingsrecht, Sociale zekerheid algemeen

Dossiers: Corona

Informatiesoort: Nieuws

  208
Gerelateerde artikelen