A-G Wattel meent dat op grond van het gelijkheidsbeginsel de zogeheten pNN-vergoedingen evenals SKNL-subsidies vrijgesteld moeten worden van inkomstenbelasting.
Een Namibische Pty Ltd. is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse naamloze vennootschap (NV) of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV).
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de relevantie voor de BTW van een door de winstbelasting ingegeven aanpassing van de winst afhangt van de vraag waarop deze betrekking heeft en hoe deze plaatsvindt. Er is slechts sprake van onder bezwarende titel belastbare handelingen wanneer zelfstandige diensten worden verricht.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie van X BV ongegrond is. De aftrek van de rente is dan ook terecht geweigerd. De Hoge Raad verwerpt daarbij de stelling van X BV dat geen sprake is van een kunstmatige constructie.
In het Oud- en Nieuwnummer van Vakstudie Nieuws, V-N 2026/1, geven de redactieleden van Vakstudie Nieuws in het ‘woord vooraf’ hun blik op de fiscaliteit, ieder vanuit zijn of haar eigen expertise of achtergrond. Ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van Vakstudie Nieuws publiceert TaxLive de komende dagen dagelijks een bijdrage van een redactielid uit het Oud- en Nieuwnummer. Vandaag is dat de bijdrage van Hein Vermeulen: ‘Nordcurrent, de Belgische persoonlijke houdsterarresten en Neo Group avant la lettre’.
Vanaf 1 januari 2026 is de EU Directive on Administrative Cooperation 8 (DAC8) gewijzigd. Het betreft de 7e wijziging van deze richtlijn. Door de invoering van deze wijziging wordt de al bestaande automatische gegevensuitwisseling van grensoverschrijdende rulings binnen de EU uitgebreid met natuurlijke personen. Dat meldt de Belastingdienst.
Hof Den Haag oordeelt dat X LTD. geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting, omdat zij niet kwalificeert als opbrengstgerechtigde of uiteindelijk gerechtigde.
In de aantekening bij het arrest HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1163, V-N 2025/34.7, wordt een vergelijking getrokken met het befaamde Holding-arrest (HR 7 november 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4605, BNB 1974/2). Daar was sprake van een Nederlandse holdingvennootschap met buitenlandse deelnemingen. Die werden niet door de Nederlandse holdingvennootschap bestuurd, in die zin dat er geen moeiende houdsteractiviteiten plaatsvonden ten opzichte van die deelnemingen.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de werkelijke leiding van X BV wordt uitgeoefend door het bestuur in Luxemburg. X BV is daarom voor de toepassing van het belastingverdrag Luxemburg-Nederland in Luxemburg gevestigd en niet in Nederland.