Het Kennisgroepstandpunt, waarin de Belastingdienst van mening is dat de bedrijfsoverdrachtvrijstelling in de familiesfeer moet worden teruggenomen als bij een gefaseerde bedrijfsoverdracht een reeds overgedragen vermogensbestanddeel in de BV wordt ingebracht (Belastingdienst 14 januari 2026, KG:052:2026:1, V-N 2026/7.17), doet geen afbreuk aan de bedoeling van deze vrijstelling. Dit antwoordt de Staatssecretaris van Financiën op Kamervragen van de leden Van Dijk en Koorevaar (beiden CDA) naar aanleiding van het bericht 'Belastingdienst zet agrarische bedrijfsopvolging op slot'.
Volgens de Staatssecretaris kan de agrarische praktijk rekening houden met het door de Belastingdienst ingenomen standpunt. Kennisgroepstandpunten zijn immers kenbaar voor iedereen. De staatssecretaris licht toe dat een BV geen kwalificerende verkrijger is. Als een deel van de onderneming tijdens de gefaseerde overdracht al in een BV wordt ingebracht, kan de overdracht aan de natuurlijke persoon niet worden voltooid. Hierdoor wordt de eerder toegepaste vrijstelling teruggenomen. Dit verschilt van de situatie waarin de onderneming eerst volledig wordt overgedragen aan de verkrijger en pas daarna in een BV wordt ingebracht. In dat geval blijft de vrijstelling behouden, mits aan het voortzettingsvereiste wordt voldaan.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 13 mei
Informatiesoort: VN Vandaag