Omdat X, ook na aanmaning, geen IB-aangifte indient, legt de inspecteur ambtshalve een IB-aanslag op. Hij houdt daarbij rekening met een bedrag van € 6000 aan ROW. Tevens legt hij een verzuimboete op. Na bezwaar van X wordt de ROW-post geschrapt.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de aanslag niet te hoog is. De inspecteur is bij het opleggen van de aanslag namelijk uitgegaan van hem ter beschikking staande gegevens, zoals jaaropgaven. De rechtbank merkt daarbij op dat X niet aantoont dat de aanslag te hoog is opgelegd. Voor de boete geldt ook dat deze terecht is opgelegd en niet te hoog is. Dat de Belastingdienst al over alle gegevens voor het opleggen van de aanslag beschikt, is niet van belang. De aangifteplicht volgt namelijk uit de wet. Ook voert X geen feiten en omstandigheden aan waaruit volgt dat zij er alles aan heeft gedaan om de aangifte tijdig in te dienen. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Algemene wet bestuursrecht artikel 5.5
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 13 mei
Informatiesoort: VN Vandaag