Rechtbank Noord-Holland stelt vast dat inderdaad een bedrag van € 3,5 mln tweemaal is teruggegeven aan X BV. De voorlopige verliesverrekeningsbeschikkingen zijn ten onrechte niet verrekend met de definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen. De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd.

X BV dient een aangifte VPB 2010 in met een verlies van € 17,2 mln. Op verzoek van X BV stelt de inspecteur voorlopige verliesverrekeningsbeschikkingen vast voor de jaren 2007 - 2009. Door het arrest van de Hoge Raad van 11 februari 2022 (20/00817, ECLI:NL:HR:2022:169, 20/00817, V-N 2022/15.10) komt het verlies uiteindelijk definitief vast te staan. Het verlies wordt verrekend met de volledige winst over 2007, 2008 en 2009. In de beschikkingen ontbreken echter de te verrekenen bedragen. Dit leidt er toe dat een bedrag van € 3,5 mln tweemaal wordt teruggegeven aan X BV. De inspecteur is van mening dat het aan X BV betaalde bedrag van € 3,5 mln ten onrechte en in feite onverschuldigd aan X BV is uitbetaald. De inspecteur legt daarom navorderingsaanslagen op. In geschil is of de definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen van 26 maart 2022 kunnen worden herzien door de voorlopige verliesverrekeningen alsnog te verrekenen met de definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen.

Rechtbank Noord-Holland stelt vast dat inderdaad een bedrag van € 3,5 mln tweemaal is teruggegeven aan X BV. De voorlopige verliesverrekeningsbeschikkingen zijn ten onrechte niet verrekend met de definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen van 26 maart 2022. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat herziening van een definitieve verliesverrekeningsbeschikking mogelijk is via het opleggen van een navorderingsaanslag. Er moet dan wel voldaan zijn aan de voorwaarden voor navordering. De rechtbank verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (18/02355, ECLI:NL:HR:2020:482, V-N 2020/15.14). Omdat volgens de rechtbank sprake is van een kenbare fout, is de inspecteur terecht tot navordering overgegaan. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 21

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting

Editie: 8 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

246

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen