X drijft sinds 2011 naast zijn werkzaamheden in loondienst een handel in auto’s. Hij behaalt in 2011 tot en met 2017 uitsluitend negatieve resultaten variërend van € 230 tot € 11.361. De omzetten zijn in 2014, 2016 en 2017 nihil. De Inspecteur volgt aanvankelijk de aangifte 2016, maar start in 2021 een onderzoek naar aanleiding van een landelijke query over bronbeoordelingen. Vervolgens kondigt de inspecteur correcties over 2017 en een navorderingsaanslag 2016 aan. X reageert beperkt en ondertekent de voorgestelde afspraken niet. In geschil is of de activiteiten van X een bron van inkomen vormen en of de Inspecteur voor 2016 bevoegd is om na te vorderen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat in 2016 en 2017 een objectieve voordeelverwachting bestaat, zodat geen sprake is van een bron van inkomen. Het hof oordeelt verder dat de Inspecteur voor 2016 een ambtelijk verzuim begaat doordat hij de aangifte niet vergelijkt met eerdere jaren en geen nader onderzoek instelt ondanks jarenlange verliezen. Hierdoor ontbreekt een nieuw feit. De navorderingsaanslag 2016 vervalt, maar de aanslag 2017 blijft in stand.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 8 mei
Informatiesoort: VN Vandaag