Een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon heeft recht op teruggaaf van de ingevolge art. 3 lid 1 onderdeel c Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting, mits aan alle voorwaarden van art. 10a Wet DB 1965 wordt voldaan. Dat is het standpunt van de Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting.

Een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon houdt 100% van de aandelen in een feitelijk in Nederland gevestigde vennootschap. De vennootschap reikt bonusaandelen uit ten laste van de winstreserves. Er wordt 15% dividendbelasting ingehouden. De uitreiking van bonusaandelen wordt op grond van art. 4.13 lid 3 juncto art. 7.5 lid 1 Wet IB 2001 niet als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang aangemerkt en vormt daarom geen belastbaar inkomen in hetzelfde kalenderjaar. Omdat de geheven dividendbelasting geen betrekking heeft op een bestanddeel van het verzamelinkomen, kan de dividendbelasting niet als voorheffing worden verrekend. In de woonstaat van de natuurlijk persoon vindt daarnaast op basis van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting ook geen volledige verrekening plaats van de geheven dividendbelasting. De in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon verzoekt daarom om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting op grond van art. 10a Wet DB 1965. De vraag is of een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon op grond van art. 10a Wet DB 1965 recht heeft op teruggaaf van de ingevolge art. 3 lid 1 onderdeel c Wet DB 1965 ingehouden dividendbelasting.

Wetingang:

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 3A

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 10A

[Nieuwsbron]

Rubriek: Dividendbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 8 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

221

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen