De in 2001 ingevoerde 30-jaarstermijn voor hypotheekrenteaftrek beperkt de aftrek van hypotheekrente tot maximaal 30 jaar. De bedoeling van de 30-jaarstermijn is om onbeperkte hypotheekrenteaftrek in box 1 te voorkomen, aflossing te stimuleren en om de belastingderving te beperken. De huidige regeling vraagt te veel van burgers en is voor de Belastingdienst niet goed handhaafbaar.
Vanaf 2031 verliest een grote groep huiseigenaren het recht op hypotheekrenteaftrek. De benodigde gegevens om deze termijn te toetsen zijn onvoldoende beschikbaar bij burgers en de Belastingdienst. Factoren zoals verhuizingen, scheidingen en oversluiten vergroten die complexiteit en zorgen voor onzekerheid en fouten. Uit het rapport volgt dat snelle besluitvorming nodig is voor deze problematiek, mede vanwege een mogelijke belastingderving van meer dan € 100 miljoen per jaar. Oplossingsrichtingen variëren van volledige afschaffing van de hypotheekrenteaftrek voor oude hypotheken per 2031 tot verlenging of geleidelijke afbouw. De opties balanceren tussen eenvoud, uitvoerbaarheid en budgettaire effecten, tegen de achtergrond van een groot handhavingsprobleem. Het gaat namelijk om circa 2,7 miljoen hypotheken en de controle zal in de praktijk beperkt en steekproefsgewijs zijn omdat de Belastingdienst over onvoldoende gegevens beschikt.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 14 mei
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus