Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de bezwaren van X terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De aanslagen zijn op de juiste wijze bekend gemaakt en terecht naar het adres van Z verzonden.

Q woont in het buitenland en is UBO van de buitenlandse vennootschap X, belanghebbende. In 2007 verwerft X een onroerende zaak in Nederland. Bij de levering van het pand aan X treedt de in Nederland wonende Z op als vertegenwoordiger van X. Uit de door hem bij Z opgevraagde stukken blijkt volgens de inspecteur dat X VPB-belastingplichtig is omdat zij een pand in Nederland bezit. Vanaf 2013 legt de inspecteur ambtshalve VPB-aanslagen met verzuimboeten en belastingrente op aan X. De aanslagen worden verstuurd naar het adres van Z. In 2018 legt de ontvanger beslag op het pand van X, omdat de aanslagen niet worden betaald. X maakt bezwaar en stelt dat zij nooit aanslagen heeft ontvangen. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. X is het daar niet mee eens.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de bezwaren van X terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De aanslagen zijn op de juiste wijze bekend gemaakt en terecht naar het adres van Z verzonden. Met de door hem overgelegde gegevens maakt de inspecteur aannemelijk dat de aanslagen en beschikkingen tot stand zijn gekomen. Verder blijkt uit de in 2020 verstrekte stukken dat Z gemachtigd was om X te vertegenwoordigen tegenover de Belastingdienst. De aanslagen zijn dan ook op de juiste wijze bekend gemaakt. Nu X het vermoeden van ontvangst van de aanslagen en beschikkingen niet ontzenuwt, heeft de inspecteur het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. De aanslagen blijven in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 6:11

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 2 april

316

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen