Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de IB-aangiften van X terecht heeft gecorrigeerd. X maakt niet aannemelijk dat sprake is van een negatief ROW.

De inspecteur accepteert voor de jaren 2016 (€ 10.000) en 2017 (€ 15.000) een door X opgegeven negatief ROW niet. Volgens X is sprake van een nagekomen last uit 1986 uit een eerdere onderneming. Hij wijst daarbij op correspondentie met de Belastingdienst en stelt verder dat hij er op mocht vertrouwen dat afwaardering in 2016 en 2017 ook mogelijk is.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de IB-aangiften van X terecht heeft gecorrigeerd. X maakt niet aannemelijk dat sprake is van een negatief ROW. Het hof overweegt hierbij dat X niet aannemelijk maakt dat er, naast zijn dienstbetrekking, nog een bron van inkomen aanwezig is. Ook maakt hij niet aannemelijk dat sprake is van vorderingen die kunnen worden afgewaardeerd. Het beroep van X op het vertrouwensbeginsel is ook tevergeefs. Er is geen sprake van een bewuste standpuntbepaling. Daarnaast heeft een deel van de correspondentie waar X zich op beroept betrekking op zijn broer. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.90

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 28 november

Informatiesoort: VN Vandaag

237

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen