De bevoegde autoriteiten van Nederland en Nieuw-Zeeland zijn een arbitrageprocedure overeengekomen in het kader van de multilaterale overeenkomst ter implementatie van belastingverdraggerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving. De regeling treedt in werking op grond van art. 23 van het Belastingverdrag tussen Nederland en Nieuw-Zeeland.

In het memorandum van de regeling zijn afspraken gemaakt over het verzoek tot onderwerping van een zaak aan arbitrage, de informatie die minimaal nodig is om de zaak inhoudelijk te kunnen onderzoeken, de benoeming van arbiters en het arbitrageproces.

Daarnaast zijn onder andere afspraken gemaakt over de kosten van arbitrage, het honorarium van de arbiters en de uitvoering van de arbitragebeslissing. De bevoegde autoriteiten zullen de arbitragebeslissing binnen 180 dagen na de mededeling van de beslissing aan hen ten uitvoer leggen door onderling overeenstemming te bereiken over de zaak die tot de arbitrage heeft geleid.

Nieuw-Zeeland heeft een voorbehoud gemaakt om elke zaak uit te sluiten van de arbitrageprocedure waarbij sprake is van de toepassing van de algemene Nieuw-Zeelandse anti-misbruikregel, vervat in sectie BG 1 van de Income Tax Act 2007, en waarbij sprake is van de toepassing van antimisbruikregels met betrekking tot het vermijden van een vaste inrichting in Nieuw-Zeeland vervat in sectie GB 54 van de Income Tax Act 2007.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 24 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

109

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen