Hof ’s-Hertogenbosch beslist dat een eenmanszaak, waarin zeer verschillende activiteiten worden ontplooid, geen bron van inkomen vormt, nu de objectieve voordeelverwachting ontbreekt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X verricht in één eenmanszaak activiteiten op markten en evenementen. De activiteiten omvatten een adviesbureau voor mens, natuur, techniek en realisatie, een markthandel (van zeer verschillende producten) en een biologische rozenkwekerij. Al deze activiteiten zijn sinds de start in 2008 verlieslijdend. In 2013 zijn de activiteiten uitgebreid met een poffertjeskraam op de markt. In zijn aangiften IB/PVV geeft X de resultaten van de eenmanszaak aan als winst uit onderneming. Naar aanleiding van een bedrijfsbezoek concludeert de inspecteur dat deze activiteiten geen bron van inkomen vormen. De in de aangiften IB/PVV 2013 en 2014 opgenomen verliezen worden daarom niet geaccepteerd.

Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2021/21.1.2) verwerpt de stelling van X dat ten aanzien van de activiteiten sprake zou zijn van één onderneming. Een nauw verband dan wel samenhang tussen de diverse activiteiten ontbreekt. Aangezien X sinds de start van zijn activiteiten in 2008 in geen enkel jaar een positief resultaat heeft behaald en daarin binnen afzienbare tijd geen wijziging is te verwachten, vormen de activiteiten geen bron van inkomen. X kan de verliezen niet in aftrek brengen en deze kunnen ook niet worden aangemerkt als kosten en lasten van de aanloopfase van een onderneming. Het hoger beroep van X is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.10

Wet inkomstenbelasting 2001 3.2

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 24 januari

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen