De Hoge Raad oordeelt dat het besluitvormingsproces een andere afloop zou kunnen hebben gehad als X bv de gelegenheid had gekregen om na afloop van het onderzoek te kunnen reageren op de conclusies van de inspecteur. Het EU-rechtelijke verdedigingsbeginsel is geschonden.

Belanghebbende, X bv, sluit een dienstverleningsovereenkomst met het Zwitserse T AG. T AG is betrokken bij de organisatie van kansspelen. Op grond van het contract draagt X bv zorg voor de financiële transacties (het incasseren van de spelinleg). X bv geeft voor de door haar verrichte diensten geen BTW aan. Wel brengt zij de BTW die aan haar in rekening wordt gebracht in aftrek. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur een BTW-naheffingsaanslag op aan X bv. De Ontvanger stelt de naheffingsaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar (art. 10 IW 1990). In geschil is of de naheffingsaanslag moet worden vernietigd wegens schending van de rechten van de verdediging bij het opleggen ervan. Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur X bv ten onrechte niet heeft gehoord. Er is echter geen sprake van schending van het EU-rechtelijke verdedigingsbeginsel, omdat het vooraf horen niet tot een andere afloop zou hebben kunnen leiden.

De Hoge Raad oordeelt dat het besluitvormingsproces een andere afloop zou kunnen hebben gehad als X bv de gelegenheid had gekregen om na afloop van het onderzoek te kunnen reageren op de conclusies van de inspecteur. Vervolgens stelt de Hoge Raad vast dat de door de Ontvanger genoemde argumenten om tot versnelde invordering over te gaan niet de conclusie rechtvaardigen dat een of meer van de in art. 10 lid 1 IW 1990 vermelde gronden zich hebben voorgedaan. Omdat er geen omstandigheden zijn die de beperking van de rechten van de verdediging door de inspecteur rechtvaardigen, is het EU-rechtelijke verdedigingsbeginsel geschonden. De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Invorderingswet 1990 10

Wet op de omzetbelasting 1968 32

Wet op de omzetbelasting 1968 6

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Omzetbelasting

Editie: 13 december

Informatiesoort: VN Vandaag

  1201
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen