Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat hetgeen X naar voren heeft gebracht onvoldoende is om afwezigheid van alle schuld aan te nemen voor het niet tijdig indienen van zijn belastingaangifte.

Belanghebbende, X, woonde tot 28 april 2021 in Duitsland en daarna in België. Hij heeft tot 28 april 2021 een postadres in Nederland opgegeven bij de Belastingdienst. X is het niet eens met een verzuimboete voor het niet tijdig doen van aangifte IB/PVV 2019.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat hetgeen X naar voren heeft gebracht onvoldoende is om afwezigheid van alle schuld aan te nemen voor het niet tijdig indienen van zijn belastingaangifte. X heeft geloofwaardig verklaard dat hij op basis van uitlatingen van zijn voormalige Duitse belastingadviseur erop mocht vertrouwen dat hij nog voldoende tijd had om aangifte te doen. De onjuistheid van die veronderstelling zou zijn gebleken na ontvangst van de uitnodiging, herinnering en aanmaning tot het doen van aangifte. X stelt dat hij die brieven niet heeft ontvangen omdat deze zijn verstuurd naar het postadres, hij in 2020 in Duitsland woonde en reizen naar Nederland van circa april 2020 tot begin 2021 werd afgeraden door de Duitse overheid in verband met Covid-19. De rechtbank oordeelt dat het aan X is om maatregelen te nemen als hij langere tijd zijn post niet kan inzien. X heeft contact opgenomen met de Belastingtelefoon, maar het is voor de rechtbank niet te beoordelen of X daarmee alle van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verzuim niet zou worden begaan. Het beroep op AVAS faalt, maar de rechtbank matigt de boete wel van € 385 tot € 60.

Lees ook het thema Verzuim- en vergrijpboetes: Een kwestie van verschil.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67a

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Dossiers: Corona

Editie: 10 augustus

323

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen