Hof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat de projectontwikkeling en de verhuur niet zo nauw met elkaar zijn verweven dat het gehele vermogen kwalificeert als één onderneming.

Mevrouw X is erfgename van erflaatster, die aanmerkelijkbelangenaandelen hield in drie vastgoedbedrijven. De totale vastgoedportefeuille bestaat uit ongeveer 300 objecten met 2800 verhuurbare eenheden. In geschil is of X terecht de SW-bedrijfsopvolgingsregeling claimt. De inspecteur wil deze enkel toepassen voor de projectontwikkelingstak, zijnde dertien projecten. Volgens Rechtbank Noord-Holland heeft de verhuurtak niet onmiskenbaar ten doel het behalen van een rendement dat het bij een normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat. Het beroep van X is alleen gegrond omdat de vrijstelling onjuist door de inspecteur is berekend. X gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat de projectontwikkeling en de verhuur niet zo nauw met elkaar zijn verweven dat het gehele vermogen kwalificeert als één onderneming. De verhuur is op zichzelf geen onderneming in materiële zin. De werkzaamheden omvatten namelijk niet meer dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is. Het behaalde verhuurrendement is ook niet hoger dan normaal. Het beroep van X is alleen gegrond omdat drie extra panden tot de projectontwikkeling moeten worden gerekend.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.2

Successiewet 1956 35c

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 8 mei

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen