X is eigenaar van een woonboot in Den Haag. Sinds 2017 is de woonboot door verzakkingen aan de kade niet meer direct aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Het afvalwater wordt sindsdien rechtstreeks geloosd in het open water waarin de woonboot ligt. Voor het jaar 2025 legt de heffingsambtenaar X een aanslag rioolheffing eigenaren op van € 191,15. Volgens de heffingsambtenaar is sprake van een indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering, omdat het open water eigendom is van en wordt beheerd en onderhouden door de gemeente. Rechtbank Den Haag vernietigt de aanslag.
Hof Den Haag leidt uit de systematiek van art. 228a Gemeentewet en de gemeentelijke verordening af dat bij de rioolheffing voor eigenaren de afvalwaterzorgplicht vooropstaat. Uitgangspunt is daarom dat de aansluiting op de gemeentelijke riolering uiteindelijk moet dienen om afvalwater in te zamelen en te zuiveren. De heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk dat hiervan sprake is bij het afvalwater van de woonboot van X dat terechtkomt in het open water. Niet gesteld of gebleken is dat het afvalwater vanuit het open water wordt opgevangen en afgevoerd om te worden ingezameld en gezuiverd. Van een indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering is daarom geen sprake. Het hof oordeelt dat de aanslag terecht is vernietigd door de rechtbank.
Wetingang:
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 21 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag