Het kabinet kiest voor rechterlijke toetsing van wetten aan klassieke grondrechten uit de Grondwet, maar houdt sociale grondrechten buiten het toetsingskader. Volgens het kabinet bevatten sociale grondrechten vooral inspanningsverplichtingen voor de overheid en bieden zij onvoldoende concrete normen voor rechterlijke toetsing. Toetsing zou de rechter bovendien kunnen dwingen tot politieke en financiële belangenafwegingen die primair aan wetgever en bestuur behoren. Dat schrijven de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer.

Toetsing aan klassieke grondrechten kan volgens het kabinet de rechtsbescherming versterken, omdat de Grondwet soms een ruimere bescherming of strengere beperkingscriteria kent dan internationale verdragen. Een strijdig wettelijk voorschrift kan in een concreet geval buiten toepassing worden gelaten of onverbindend worden verklaard.

De verenigbaarheid van wetgeving met sociale grondrechten blijft wel aan de orde komen tijdens het wetgevingsproces. Ook kunnen deze grondrechten via grondwetsconforme interpretatie indirect een rol spelen bij rechterlijke toetsing.

Het kabinet ziet af van een grondwettelijk hof. Het voorstel voor constitutionele toetsing door de gewone rechter is op 8 juli 2026 voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk. Na ontvangst van het advies wordt het voorstel zo spoedig mogelijk bij de Tweede Kamer ingediend.

Wetingang:

Grondwet artikel 120

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Editie: 21 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen