Hof Amsterdam oordeelt dat X vanaf 1986 onafgebroken op een Nederlands woonadres staat ingeschreven, wat ook als correspondentieadres voor de onderhavige zaak wordt gebruikt, zodat daarmee voldoende aannemelijk is geworden dat hij hier woont. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

X staat in 2020 in Nederland ingeschreven als inwoner en ontvangt een pensioen uit Duitsland. In geschil is of Nederland hierover sociale premies en inkomstenbelasting mag heffen. X overlegt diverse inlichtingen en standpuntbepalingen van instanties, waarin staat dat alleen Duitsland heffingsbevoegd is. Volgens Rechtbank Noord-Holland dateren deze stukken uit de jaren ’90 toen andere regelgeving gold. Vanaf 1975 ontvangt X een Duitse uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die in 2007 in een pensioen is omgezet. Op basis van de Verordening (EG) 883/2004 en het huidige belastingverdrag is uitsluitend Nederland heffingsbevoegd. X stelt in hoger beroep niet in Nederland te wonen.

Hof Amsterdam (V-N 2026/17.14) oordeelt dat X vanaf 1986 onafgebroken op een Nederlands woonadres staat ingeschreven, wat ook als correspondentieadres voor de onderhavige zaak wordt gebruikt, zodat daarmee voldoende aannemelijk is geworden dat hij hier woont. Op basis van art. 17 van het sinds 1 januari 2016 van toepassing zijnde Verdrag met Duitsland en de Verordening (EG) 833/2004 is uitsluitend Nederland heffingsbevoegd over het pensioen. Uit een renseignement uit Duitsland blijkt voorts dat het pensioen aldaar niet in enige belasting- of premieheffing wordt betrokken. Het beroep is ook voor het overige ongegrond. X gaat in cassatie, maar motiveert het beroep te laat. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Sociale zekerheid algemeen, Internationaal belastingrecht

Editie: 21 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen