Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het verzorgingstehuis van X voor de OZB terecht is aangemerkt als niet-woning.

Belanghebbende, X, is eigenaar en gebruiker van een woonzorgcentrum. In geschil is of het object voor de OZB een woning of een niet-woning is. Voor woningen geldt een vrijstelling voor de gebruikersbelasting OZB en is het tarief voor de eigenarenbelasting lager.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het verzorgingstehuis van X voor de OZB terecht is aangemerkt als niet-woning. De rechtbank acht aannemelijk dat de gangen grenzend aan de eigen kamers van de bewoners doorgaans mede worden gebruikt in verband met het verlenen van zorg door het verzorgend personeel aan de bewoners. Daarmee dienen de gangen niet tot woning en zijn zij niet volledig dienstbaar aan woondoeleinden. Voor dat geval is niet in geschil dat de aanslag gebruikersbelasting moet worden gehandhaafd. In de bezwaarfase was van meerdere verschillende objecten de WOZ-waarde in geschil, maar de zaak was volgens de rechtbank niet zodanig gecompliceerd en bewerkelijk dat een hogere wegingsfactor van 1,5 moet worden toegekend. Het beroep van X is wel gegrond, omdat de heffingsambtenaar in bezwaar heeft verzuimd om een kostenvergoeding voor deskundigenbijstand toe te kennen.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Gemeentewet 220

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 19 april

Informatiesoort: VN Vandaag

  69
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen