X parkeert zijn auto en betaalt parkeerbelasting via een parkeerapp, maar voert abusievelijk een onjuist kenteken in. De heffingsambtenaar legt een naheffingsaanslag op en verklaart het bezwaar van X ongegrond omdat de transactie niet meer controleerbaar is. X stelt beroep in en overlegt een betaalbewijs. De heffingsambtenaar vernietigt daarop de naheffingsaanslag, maar wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep ongegrond. In geschil is of X recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase na vernietiging van de naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase. Naheffing is niet mogelijk als de verschuldigde parkeerbelasting is betaald, ook bij vermelding van een onjuist kenteken. De stelling van de heffingsambtenaar dat de vernietiging uit coulance plaatsvindt, rijmt niet met zijn eigen motivering in het verweerschrift. De heffingsambtenaar had X in de bezwaarfase in de gelegenheid moeten stellen bewijs te leveren, zeker nu hij zelf de transactie niet meer kan verifiëren. Door dat na te laten noodzaakt hij X beroep in te stellen. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 20
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 22 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag