X maakt zich jarenlang schuldig aan belastingfraude, door als feitelijke leidinggever van een aantal BV's geen of onjuiste aangiften BTW en VPB in te dienen. Het benadelingsbedrag is ruim € 1 mln. Daarnaast is geen of een zeer onvolledige administratie van de BV's bijgehouden. De feiten zijn ingegeven door een alcohol- en gokverslaving. X is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld en er zijn procesafspraken met het OM gemaakt.
Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, maar dat het verliezen door X van de woning een risicoverhogende factor is en dat zijn gezin van hem afhankelijk is. Door het behoud van de woning krijgt X de nodige stabiliteit. De maatschappij is erbij gebaat als verdachte blijft werken om zijn belastingschuld terug te betalen. X krijgt daarom conform de procesafspraken een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, 12 maanden voorwaardelijke cel met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling en het meewerken aan schuldhulpverlening. Hij mag daarnaast gedurende 3 jaren geen bestuurder van een rechtspersoon zijn.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 68
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69
Wetboek van Strafrecht artikel 9
Wetboek van Strafrecht artikel 14A
Wetboek van Strafrecht artikel 14B
Wetboek van Strafrecht artikel 14C
Wetboek van Strafrecht artikel 22C
Wetboek van Strafrecht artikel 22D
Wetboek van Strafrecht artikel 28
Wetboek van Strafrecht artikel 31
Wetboek van Strafrecht artikel 51
Wetboek van Strafrecht artikel 57
Wetboek van Strafrecht artikel 63