Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat het overleg in de bezwaarfase geen reden is om de redelijke termijn te verlengen. De redelijke termijn wordt wel met zes maanden verlengd, aangezien de gemachtigde van X bv duizenden soortgelijke BPM-zaken heeft aangespannen.

X bv maakt op in februari 2011 bezwaar tegen de voldoening van BPM op eigen aangifte. Bij uitspraak op bezwaar is de BPM verminderd tot € 11.677. Tijdens de zitting van de rechtbank verzoekt X bv vergeefs om deze te verlagen tot € 10.535. In geschil is thans alleen nog of X bv terecht aanspraak maakt op een immateriële schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. Volgens Rechtbank Gelderland is er aanleiding om de redelijke termijn te verlengen voor het overleg dat in de bezwaarfase op initiatief van de Belastingdienst is gevoerd om tot een vaststellingsovereenkomst te komen. X bv heeft recht op € 2000, maar vanwege het grote aantal soortgelijke BPM-zaken van haar gemachtigde wordt dit gematigd tot € 1250 (€ 1000 voor de hoofdzaak en € 250 voor deze schadezaak). X bv krijgt voorts een proceskostenvergoeding van € 49,60 (€ 744 : 15), aangezien sprake is van veertien andere samenhangende zaken. X bv gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het overleg in de bezwaarfase geen reden is om de redelijke termijn te verlengen (zie Hof Arnhem-Leeuwarden 6 januari 2015, nr. 13/01180, V-N 2015/36.20). De redelijke termijn wordt wel met zes maanden verlengd, aangezien de gemachtigde van X bv duizenden soortgelijke BPM-zaken heeft aangespannen. De rechtbank heeft de immateriële schadevergoeding voorts ten onrechte wegens samenhang gematigd. De onderliggende ‘feitencomplexen’ zijn namelijk niet gelijk. Voor de bezwaar- en beroepsfase krijgt X bv daarom een immateriële schadevergoeding van € 2000. Hierover moet vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank (7 augustus 2014) tot aan de dag van algehele voldoening wettelijke rente worden vergoed. Voor deze afgesplitste (hoger)beroepsprocedure krijgt X bv een totale proceskostenvergoeding van € 149,60.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 6 december

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: VN Vandaag

  110
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen