Belanghebbende (X) richt een stichting op die oldtimerbeurzen organiseert. Via de beurzen komt hij in contact met personen die graag via hem een auto willen kopen. Om gezondheidsredenen moet belanghebbende zijn onderneming staken. Zijn financiële positie is dermate slecht dat hij zich geen boekhouder meer kan veroorloven. In 2006 maant de inspecteur belanghebbende om zijn IB-aangifte over het jaar 2003 in te dienen. Omdat belanghebbende geen aangifte indient, legt de inspecteur ambtshalve een aanslag op. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat de aanslag juist is. Hof 's-Gravenhage oordeelt dat belanghebbende zijn aangiftebiljet voor het jaar 2003 niet tijdig heeft ingediend en niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Vervolgens oordeelt het hof dat de inspecteur bij het schatten van belanghebbendes inkomen niet willekeurig te werk is gegaan. Het hof overweegt daarbij dat de inspecteur bij zijn schatting is uitgegaan van een opgave die belanghebbende aan de Sociale Dienst van de gemeente heeft verstrekt in verband met de aanvraag van een Bbz-uitkering. Nu belanghebbende geen concrete gegevens over het jaar 2003 heeft overgelegd, stelt het hof vast dat niet kan worden nagegaan of het door belanghebbende opgestelde overzicht correct is. De aanslag blijft in stand.
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.