Rechtbank Gelderland oordeelt dat X in 2013 geen voordeel heeft behaald met de verkoop van het kavel aan A bv, dan wel met de door de inspecteur gestelde werkzaamheden. In 2009 is namelijk reeds een onvoorwaardelijke koopovereenkomst gesloten tussen X en A bv.

Belanghebbende, X, is werkzaam als projectontwikkelaar en houdt de aandelen in A bv. In 1997 koopt X in privé een perceel grond voor € 545.000. Hij verkoopt het perceel in 2009 voor € 1,2 mln aan A bv. De juridische levering vindt vervolgens plaats in 2013. Naar aanleiding van een boekenonderzoek corrigeert de inspecteur in 2018 de IB-aangifte 2013 van X. Volgens de inspecteur heeft A bv namelijk teveel betaald voor het perceel. Hij stelt dat er sprake is van ROW dan wel een winstuitdeling.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X in 2013 geen voordeel heeft behaald met de verkoop van het kavel, dan wel met de inspecteur gestelde werkzaamheden. In 2009 is namelijk een onvoorwaardelijke koopovereenkomst gesloten tussen X en A bv. De betaling of omvang van de koopsom was niet afhankelijk van (de uitkomst van) eventuele werkzaamheden die X moest verrichten. Er is dan in 2013 geen sprake van ROW. Ook voor een eventueel voordeel uit a.b. geldt dat het gestelde belastbare tijdstip in 2009 heeft plaatsgevonden. Nu de onvoorwaardelijke koopovereenkomst in 2009 tot stand is gekomen, had het voordeel in de IB-heffing over dat jaar betrokken moeten worden. Dat X het perceel in zijn IB-aangiften tot en met 2013 als zijn eigendom in box 3 heeft aangegeven, is niet van belang. De rechtbank vermindert de aanslag.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 4.13

Wet inkomstenbelasting 2001 3.92

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 1 februari

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen