Mevrouw X claimt in haar IB-aangifte over 2009 aftrek van € 2031 wegens vrijwilligerswerk bij stichtingen. Bij de aanslagregeling is dit gecorrigeerd. Naar aanleiding van de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar stuurt X het 'Reactieformulier bezwaar' terug naar de inspecteur, waarbij zij het vakje "Gelet op het door u in uw brief van 11 juni 2013 met kenmerk 90113.2099.1.0 gegeven toelichting trek ik mijn bezwaarschrift hierbij in." heeft aangekruist. Bij uitspraak op bezwaar verleent de inspecteur alsnog giftenaftrek van € 139, zijnde vervoerskosten van € 342 minus de drempel van € 203. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur ten onrechte uitspraak op bezwaar heeft gedaan, aangezien het ingevulde en ondertekende reactieformulier een expliciete intrekking van het bezwaar is. De uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd, haar uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde uitspraak op bezwaar, de inspecteur wordt opgedragen het griffierecht aan X te vergoeden en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten. X gaat in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de schriftelijke verklaring van X in de vorm van het door haar ingevulde en ondertekende reactieformulier redelijkerwijs niet anders kan worden geduid dan als een uitdrukkelijke intrekking van haar bezwaar. Op een dergelijke intrekking kan niet worden teruggekomen (HR 16 maart 1994, nr. 29 623, V-N 1994/1266.3). Ook als wordt aangenomen dat X bij brief van 20 juli 2013 haar vergissing aan de inspecteur kenbaar zou hebben gemaakt, dan kan dat niet afdoen aan het definitieve karakter van de intrekking. Daar komt nog bij dat de bedoelde brief is gedateerd na de door de inspecteur op 6 juli 2013 gedane uitspraak op het bezwaar. Het beroep van X is ongegrond.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.