Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft een standpunt gepubliceerd over de toepassing van de samenloopvrijstelling op beperkte rechten bij verkrijging van aandelen in onroerendezaakrechtspersoon.

In het geval een onroerendezaakrechtspersoon (ozr) eigenaar is van nieuwe nog ongebruikte onroerende zaken in de bouw- en handelsfase, bouwterreinen daaronder begrepen, aanvaardt de Hoge Raad toepassing van de samenloopvrijstelling bij verkrijging van aandelen in de ozr. Volgens de Kennisgroep overdrachtsbelasting kan deze doorkijkbenadering in de regel niet worden toegepast op de waarde van beperkte rechten, behalve in twee uitzonderingsgevallen.

Hierbij gaat het om van rechtswege BTW-belaste verhuur, of als sprake is van een niet van het leven afhankelijk voortdurend beperkt recht met een schuldplicht voor onbepaalde tijd.

De kennisgroep stelt, in overeenstemming met het arrest van de Hoge Raad, voorop dat de doorkijkbenadering alleen opgaat, als ten tijde van de verkrijging van de aandelen met zekerheid vaststaat dat bij een rechtstreekse overdracht van het beperkte recht door de ozr aan de verkrijger van de aandelen zonder meer plaats is voor toepassing van de samenloopvrijstelling. Aan dit uitgangspunt wordt naar de mening van de kennisgroep wat beperkte rechten betreft in de regel niet voldaan. Het antwoord op de vraag luidt niet anders, als ter zake van de vestiging van het beperkte recht rechtsgeldig zou zijn geopteerd voor BTW-belaste verhuur.

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Wet op belastingen van rechtsverkeer 15

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 27 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

349

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen