Hof Den Haag oordeelt, anders dan Rechtbank Den Haag, dat de kosten van de naheffingsaanslag moeten worden vernietigd wegens bijzondere omstandigheden.

Aan X is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag met € 0,20. In hoger beroep voert X aan dat hij alles wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd heeft gedaan om de parkeerbelasting te voldoen, maar dat in de nabijheid van de auto twee parkeerautomaten defect waren. Ook belde hij tevergeefs naar het nummer op de parkeerautomaat.

Hof Den Haag oordeelt dat op X de last rust aannemelijk te maken dat de parkeerautomaat defect was (HR 28 oktober 2005, nr. 40.776, V-N 2005/52.28). De omstandigheid dat een parkeerautomaat defect is ontslaat hem niet van de verplichting parkeerbelasting te voldoen (HR 22 november 1995, nr. 30456, V-N 1995/4358). Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van X dat er twee automaten defect waren en dat hij heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was. Dat op de dag van het parkeren geen meldingen van defecten zijn ontvangen of zijn geconstateerd doet daar niet aan af. De gemeente moet gelet op art. 225 lid 1 sub a Gemeentewet en art. 1 en 5 lid 1 van de Verordening zorgen voor werkende parkeerapparatuur binnen redelijke afstand van de parkeerplaats. De naheffingsaanslag wordt verminderd naar € 2,10 wegens bijzondere omstandigheden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 225

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 15 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

467

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen