Staatssecretaris Van Rij van Financiën beantwoordt in de nota naar aanleiding van het tweede verslag vragen vanuit de Eerste Kamer over het wetsvoorstel Wet minimumbelasting 2024.

Volgens Van Rij werken de OESO-modelregels, commentaar of de nadere regelgeving in de vorm van administratieve richtsnoeren, niet direct door in de Nederlandse rechtsorde. Het IF noch de OESO kunnen bindende wetgeving vaststellen. Het kabinet bepaalt van geval tot geval of de wettekst en de toelichting van het wetsvoorstel Wet minimumbelasting 2024 moet worden aangevuld. Een uniforme invoering van de Pijler 2-regels, zoals voorzien in de EU-richtlijn minimumniveau van belastingheffing, is noodzakelijk vanuit het oogpunt van de werking van de interne markt. Specifiek in het belang van ontwikkelingslanden is de zogenoemde “Subject to Tax Rule” (STTR) ontwikkeld als integraal onderdeel van Pijler 2. Dit is een modelbepaling die in belastingverdragen opgenomen kan worden om ervoor te zorgen dat landen waar betalingen vandaan komen – in afwijking van het betreffende belastingverdrag – meer (bron)belasting mogen heffen over deze betalingen als deze in het land van ontvangst onvoldoende worden belast. Verder is de inzet van het kabinet om tot een multilaterale oplossing voor geschilbeslechting te komen. Mochten de onderhandelingen over een multilaterale overeenkomst onverhoopt niet tot een bevredigend resultaat leiden, dan wordt bezien of een aanvulling op de EU Geschilbeslechtingsrichtlijn wenselijk en haalbaar is. Met de maritieme sector wordt in overleg getreden om aandacht te besteden aan de knelpunten waar de maritieme sector tegen aan zou kunnen lopen in het kader van dit wetsvoorstel.

Lees ook het thema Wetsvoorstel Wet minimumbelasting 2024 (36369).

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 5 december

Informatiesoort: VN Vandaag

234

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen