De Staatssecretaris van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet CO2-heffing industrie naar de Tweede Kamer gestuurd.

In dit wetsvoorstel wordt ter uitvoering van het Klimaatakkoord een CO2-heffing industrie voorgesteld per 1 januari 2021. De heffing is zo ontworpen dat de reductiedoelstelling in 2030 behaald wordt terwijl tegelijkertijd de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven, en Nederland als vestigingsland, behouden blijft. De heffing is aanvullend op het Europese emissiehandelssysteem EU ETS en sluit qua systematiek hier nauw bij aan.

De heffing wordt geheven bij installaties vallend onder het EU ETS. Uitgezonderd zijn installaties die uitsluitend worden geëxploiteerd voor glastuinbouw, stadsverwarming, elektriciteitsopwekking of het verwarmen en koelen van gebouwen en niet voor de productie van producten. De heffing wordt ook geheven bij afvalverbrandingsinstallaties en installaties met substantiële lachgasuitstoot. Ook de de verbranding van industriële restgassen in de elektriciteitssector wordt belast.

De CO2-heffing is een heffing met een afnemende vrijgestelde voet. Een deel van de uitstoot wordt vrijgesteld in de vorm van dispensatierechten. De vrijgestelde emissies worden lineair afgebouwd tot in 2030 alleen dat deel is vrijgesteld dat overeenkomt met de reductiedoelstelling.

De heffingsgrondslag in een jaar wordt bepaald door de belaste emissies. Dit is de industriële jaarvracht verminderd met de dispensatierechten en verminderd of vermeerderd met de overdracht aan dispensatierechten in dat jaar. Bij een negatieve heffingsgrondslag kan de belastingplichtige een herberekening van belasting tot vijf voorafgaande jaren toepassen. Tot en met uiterlijk 2034 kan een beroep op deze regeling worden gedaan. Ook kan de belastingplichtige bij een negatieve heffingsgrondslag overtollige dispensatierechten verkopen.

Het nationale heffingstarief wordt vormgegeven als een minimumprijs. Een hogere EU ETS-prijs leidt tot een lagere nationale heffing en vice versa. Het tarief bedraagt met ingang van 1 januari 2021 € 30 per ton kooldioxide-equivalent. Dit tarief loopt lineair op met € 10,56 per jaar tot en met 2030 zodat het tarief in 2030 € 125 per ton CO2 is. Het kabinet zal het tariefpad herijken zodra belangrijke nieuwe inzichten beschikbaar komen. Het tariefpad zal in ieder geval worden herijkt in 2022 en in 2024 omdat dan de EU ETS-benchmarks worden aangepast. De verschuldigde heffing dient na afloop van het kalenderjaar uiterlijk 1 oktober op aangifte te worden voldaan.

Naar verwachting gaat de industrie als geheel in 2024 voor het eerst voor de uitstoot betalen, behalve als ze voldoende reductiemaatregelen nemen. Bedrijven die niet voldoende efficiënt produceren betalen al eerder voor hun uitstoot.

De regels voor de heffing worden opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet milieubeheer. De uitvoeringstaken worden belegd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

------------------

Wetsvoorstel

Memorie van toelichting

Nader rapport

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Milieuheffingen

Dossiers: Prinsjesdag 2020

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 16 september

Uitsluiting Nieuwsbrief: Uitsluiting Nieuwsbrief

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen