Rechtbank Gelderland oordeelt dat de gemeente niet verplicht was om een nadere hoorzitting aan X aan te bieden.

X maakt in augustus 2014 bezwaar tegen een bedrag aan leges dat de gemeente Zaltbommel hem in rekening heeft gebracht. In februari 2015 verzoekt X de heffingsambtenaar om toezending van stukken om de kostendekkendheid van de leges te kunnen beoordelen. Op 25 februari 2015 vindt er een hoorzitting plaats. In de periode na de hoorzitting krijgt X (onder meer met behulp van Wob-verzoeken) alsnog de gevraagde stukken. In december 2015 vindt er een gesprek plaats tussen partijen over de kostprijsberekeningen van de leges. Daarna dient X opnieuw een Wob-verzoek in. Eind februari 2016 verklaart de heffingsambtenaar het bezwaar van X tegen de leges ongegrond. In beroep stelt X dat de heffingsambtenaar op grond van art. 7:9 Awb verplicht was een nadere hoorzitting te houden.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de gemeente niet verplicht was om een nadere hoorzitting aan X aan te bieden. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar met onder meer de bijeenkomst die hij voor X had georganiseerd voldoende hoor en wederhoor heeft toegepast. Van schending van art. 7:9 Awb is dan geen sprake. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:9

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 24 mei

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen