Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de IB-navorderingsaanslag 2010 te laat aan X heeft opgelegd. Het is in strijd met doel en strekking van de wet om de navorderingstermijn te verlengen wanneer de aangifte is ontvangen ruim voordat het verzoek tot uitstel is ingediend.

Belanghebbende, X, wordt strafrechtelijk veroordeeld wegens betrokkenheid bij witwassen. Op 25 maart 2011 dient A de IB-aangifte 2010 in namens X. Op 27 april 2011 verzoekt B om uitstel voor het indienen van de IB-aangifte 2010 van X. Daarop verleent de inspecteur uitstel. Naar aanleiding van de strafrechtelijke procedure legt de inspecteur op 14 april 2016 een IB-navorderingsaanslag op aan X. X stelt echter dat de navorderingstermijn is verstreken. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de IB-navorderingsaanslag 2010 buiten de termijn is opgelegd. Volgens de rechtbank is het in strijd met doel en strekking van de wet om de navorderingstermijn te verlengen wanneer de aangifte is ontvangen ruim voordat het verzoek tot uitstel voor het indienen van de aangifte is ingediend. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de IB-navorderingsaanslag 2010 buiten de termijn heeft opgelegd. Het hof overweegt hierbij dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft beslist dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd. Verder wijst het hof er op dat de aangifte vóór 1 april 2011 moest worden ingediend, dat X de aangifte op 25 maart 2011 heeft ingediend, zodat de aangifte is gedaan binnen de in art. 9 lid 1 AWR genoemde termijn. Ook volgt volgens het hof uit art. 16 lid 3 AWR dat navordering niet meer mogelijk is. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Algemene wet inzake rijksbelastingen 9

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 4 juni

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen