Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het verschil in behandeling tussen werkenden en niet-werkenden bij toepassing van de arbeidskorting geen verboden discriminatie oplevert. Er is geen sprake van strijd met internationale verdragen.

De inspecteur legt een IB-aanslag 2016 op aan X zonder toekenning van arbeidskorting. Het inkomen van X bestaat uit AOW en een pensioenuitkering. X stelt dat er sprake is van verboden discriminatie door voor het recht op toepassing van arbeidskorting onderscheid te maken tussen werkenden en niet-werkenden. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat geen sprake is van schending van het discriminatieverbod. Het toekennen van het recht op arbeidskorting aan belastingplichtigen die loon uit tegenwoordige dienstbetrekking genieten, is gebaseerd op redelijke grond, namelijk het stimuleren van het verrichten van arbeid. X gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het verschil in behandeling tussen werkenden en niet-werkenden bij toepassing van de arbeidskorting geen verboden discriminatie oplevert. Er is geen sprake van strijd met internationale verdragen. Er wordt namelijk geen verschil gemaakt op basis van leeftijd, maar op basis van het al dan niet genieten van inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat uit de wetsgeschiedenis van de arbeidskorting blijkt dat de wetgever de arbeidskorting (mede) heeft ingezet om de arbeidsparticipatie te bevorderen. Verder is toetsing aan de Grondwet op grond van art. 120 GW niet mogelijk, aangezien de Wet IB 2001 een wet in formele zin is. Ook mag de rechter op grond van art. 11 Wet algemene bepalingen de innerlijk waarde van art. 8.11 Wet IB 2001 niet beoordelen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 8.11

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht

Editie: 14 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

332

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen